Waarom doen we dat, een boom in huis halen in de winter?

Waar komt die boom vandaan?

De kerstboom heeft eigenlijk met kerstmis niet zoveel te maken. Kerst = geboorte van Christus, het stalletje, herders, engelen, ster en os en ezel. Het verhaal speelt zich af in Bethlehem. Nergens in het hele verhaal komt een boom voor en nergens blijkt op welke datum van het jaar dit kindeke geboren werd.

De kerstboom lijkt vooral met midwinter te maken te hebben. De winter begint officieel op 21 december, maar op 24 december zie je pas merkbaar dat de dagen lengen. Dat was allang voordat Christus geboren werd in ons halfrond een belangrijk moment in het jaar. Hoe dat lang geleden gevierd werd, is niet altijd duidelijk, want veel is er niet over opgeschreven. Maar het lijkt logisch dat mensen door het binnen halen van groen – taxus, hulst, sparren – vierden dat het omslagpunt achter de rug was: de dagen lengen, we gaan weer op weg naar de lente, het wordt lichter en lichter. Daarom is het ook niet zo gek dat er lichtjes in de boom worden gehangen, of vroeger: kaarsjes. Maar waar komen dan die rode ballen vandaan? Lees verder.

In Nederland is de traditie overigens helemaal nog niet zo oud, oorspronkelijk was de ‘Tannebaum’ Duits, ergens aan het eind van de middeleeuwen was er al sprake van. Pas in de negentiende eeuw haalden de Nederlanders hem ook in huis.

De duurzame boom

Licht, groen, verwachting, het past ook bij onze tijd. Of het planten van sparrenbomen ecologisch nou zo’n geweldig idee is, wordt door mensen die er verstand van hebben betwijfeld. Sparren worden al tijden aangeplant in Nederland voor het hout, maar ze komen eigenlijk niet van hier. Het is een vreemdeling zeker, die verwaald is zeker. Dat er miljoenen met kerst de huizen in gaan is eigenlijk in tegenspraak met het feest zelf. Zeker als ze meteen na kerst worden weggegooid. Wat is wel een goed idee?

Zie hierover het filmpje dat de gezonde stad maakte: De Paradijsboom

Vier jaar bos is vier jaar ervaring

Vier jaar kerstbomenbos was ook: vier jaar bezinning en ervaring. De boswachter ging in de leer bij boomkwekers, volgde een opleiding Stadslandbouw en besloot vorig jaar Urban Farmer te worden, die naast kerstbomen ook groente kweekt, samen met de buurman, niet ver van het bos bij ‘Soep uit Noord‘. Stadslandbouw is veel méér dan kerstbomen in leven houden, de tuinders van Soep uit Noord mogen dat terrein gelukkig nog wel een jaar gebruiken en doen dat door een nieuw idee leven in de blazen: De Moestuinschool Amsterdam. Intussen blijven ze met andere buurtgenoten van de Voortuin van Noord zich inzetten om dit stuk van Amsterdam Noord, het Sixhavengebied, open en groen te houden in een verdichtende stad. Een paradijstuin. Wie weet gaat 2021 daar duidelijkheid in brengen.

De lessen van het bos

Wat leerden we in die vier jaar over kerstbomen in de stad? Het begon als guerillaactie aan de Willemssluis, als grap, als ‘dat moet toch kunnen’ We leerden dat het kon, even, maar niet echt. We leerden dat er steeds meer Amsterdammers zijn die een duurzame kerstboom willen, om de laatste mooie bomen werd bijna gevochten afgelopen jaar. We leerden ook dat de meeste mensen geen minder mooie bomen willen, totdat het hun boom is, die ze zelfs een naam geven, dan maakt die ene dode tak niet meer uit. We leerden dat boomplanters het al heel wat vinden om zelf een boom te planten en uit te graven en niet willen helpen met water geven of wieden, ook de mensen die echt fan zijn van het bos niet. Dardoor stond de boswachter meestal alleen voor, samen met af en toe een helper. Een vrijwilligersproject kan het dus nooit zijn op deze manier, het onderhoud moet betaald worden. We leerden dat met name hondenuitlaters een heel wat minder positieve kijk op een kerstbomenbos hebben en dat hun klachten over onveiligheid van het bos (inderdaad: huh?) en de ‘slordigheid’ van het onkruid bij de gemeente meer effect hebben dan de 380 mensen die laten zien dat ze wel een boom in het openbaar groen willen planten. We leerden dat er wel wat, maar toch verbazend weinig boomrovers actief zijn in het openbaar groen tot nog toe. We leerden hoe belangrijk een goed watersysteem is, wat mest, wieden, compost doen voor een bos en hoe belangrijk goede grond is, na drie jaar was het sterfpercentage gezakt van 50% in 2018 tot 15% in 2020. We leerden dus ook dat één jaar tijdelijke grond gekmakend is en slecht voor een bos en boswachter. We leerden dat bomen op deze manier langzaam groeien, wat mooi is, want daardoor gaan ze lang mee als boom. We leerden het nut van een speiale plantpot met heel veel gaatjes. We leerden dat de meest populaire boom van dit moment, de Nordman spar, totaal ongeschikt is voor terugplanten. We leerden hoe belangrijk biologische opkweek van de bomen is en dat Duitsers daar veel verder mee zijn dan Nederlanders, die kwistig de gifspuit hanteren. We leerden dat de gemeente Amsterdam gelukkig wel stopte met de vervuilende kerstboomverbrandingen in de open lucht, maar niet met het verbranden an sich, want de bomen gaan nu de verbrandingsoven van de stad in, na de kerst. We leerden dat er een betere optie is, biochar maken van de bomen, dat is echt circulair en je krijgt er ook groene warmte van. We leerden dat de Zweden dat allang doen, dat er een Nederlands bedrijfje is die apparatuur ervoor heeft ontwikkeld, pyropower, maar dat de ambtelijke molens traag malen. Dat leerden we sowieso, hoeveel kastjes en muren er zijn bij de gemeente Amsterdam. We leerden ook dat er hele fijne en aardige mensen werken bij de gemeente en dat dat helpt. We berekenden hoeveel grond er eigenlijk nodig is om alle Amsterdamse bomen op te kweken en terug te planten: ongeveer 14 hectare voor het jaarlijks terugplanten van 140.000 bomen (elke boom heeft één vierkante meter nodig). Om een boom op te kweken heb je gemiddeld zeven jaar nodig (kleintjes minder, grotere meer) en dus zeker 7 x 14 is 98 hectare, dat zou dan een bos zijn met alleen maar dezelfde bomen, oftewel een kleine ecologische ramp. We leerden dat de ‘we’ uit het verhaal hierboven één enthousiaste boswachter is, gesteund door familie, wat vrienden en de kanjers van ‘Adopteer een Kerstboom’ en de ‘Fruittuin van West.’ We leerden – pardon, ik leerde dat je van een kerstbomenbos op deze schaal absoluut niet kunt leven. Je komt uit de kosten, als alles meevalt. Stoppen is daarom op dit moment logisch.

Een ander verhaal

Een andere link met vergeten feesten zijn de rode ballen. De katholieke kerk vierde ooit op 24 december ‘Adam en Evadag’. Ook een nieuw begin, maar dan wel een verhaal waarin een boom met rode appels (in die streek waarschijnlijk granaatappels) prominent aanwezig zijn. Stond die boom vroeger buiten, op het plein of in het kerkportaal, tegenwoordig zetten we hem binnen en doen precies waar God toen al zo bang voor was en waarom hij ons het paradijs uitgooide. De boom van kennis. We weten wat goed en kwaad is en vallen toch voor de verleiding waardoor we zullen sterven. Of zoiets. De paradijstuin past perfect op de plek waar het kerstbomenbos nu vier jaar heft gestaan: het Sixhavengebied.

Een ander verhaal is óók een nieuw begin. Want de boswachter is nog steeds kerstboomfan en sowieso kerstfan, ookal heeft ze inmiddels veel van de boom van kerstboomkennis gegegeten. Ze wil zelf ook een boom, die inmiddels best wat minder mooi mag zijn en teruggeplant zal worden in eigen tuin. De miniboompjes die ze leerde opkweken zijn ook te koop, en ook de kweepeerbomen die net zo goed bij het kerstfeest horen, luister maar naar het christmas carol ‘A partidge in a pear tree’ . En ze zal koekjes bakken en kaarsjes branden waar ze dan een kleine steekvlam in zal maken door er een mandarijnenschil in uit te knijpen. Want dat is kerstmis.

Wordt het geen tijd voor het vinden van nieuwe tradities, die net zo fijn of leuk zijn als de kerstboom? Of kunnen we de boomtraditie anders inzetten, duurzamer en groener? . Fransen maken een ‘Bûche de Noël’ een boomstam van taart, een nieuwe versie van het traditionele houtblok of ‘Joelblok’ dat met midwinter op het vuur ging. Het kerstbomenbos is daarom ook een plek voor bezinning: een paar jaar een en dezelfde boom in huis zet je aan het denken: is dit echt het beste idee, of zijn er betere tradities te verzinnen? Beter in de zin van: groener, lichter, hoopvoller. In een creatieve stad als Amsterdam moet dat toch te doen zijn.

To be continued